Westerse wereld heeft geen dierlijke producten nodig om te overleven

Westerse wereld heeft geen dierlijke producten nodig om te overleven

Een antwoord van Hanneke van Veghel op de stukjes van de bio industrie in het ED

 

Onlangs plaatste het Eindhovens Dagblad een stuk van Mari Beniers ‘dat de milieubelasting van de agrarische sector wordt overdreven’. Hierin stelt Mari een aantal ‘alternative facts’ als de slager die zijn eigen vlees keurt. Helaas is het namelijk eerder andersom. Laten we vooral ook het beestje bij de naam noemen: Mari’s stuk gaat niet over de agrarische sector maar over de vervuilende veehouderij.

 

Laten we even vooropstellen dat we in de Westerse wereld geen dierlijke producten (en dus veehouderij) meer nodig hebben om te overleven. Au contraire – het Westers dieet vol vlees en andere dierlijke producten zorgt er júist voor dat we kampen met een pandemie van welvaartsziekten zoals diabetes, obesitas, hart- en vaatziekten en kanker. In Nederland alleen al slachten we jaarlijks 650 miljoen dieren en wereldwijd 72 miljard dieren. Naar verwachting gaat dit aantal nog stijgen naar 120 miljard dieren tegen 2050. Deze dieren worden ook absoluut niet vetgemest op ‘reststromen’; een hardnekkig mythe die blijft echoën op het platteland en onder vlees-lovers die hun lappie vlees graag rechtvaardigen. Zeeën van graslanden, soja en mais worden speciaal geproduceerd voor al deze miljarden dieren: wereldwijd wordt 80 procent van het landbouwareaal gebruikt voor de veehouderij terwijl het slechts 18 procent van de calorieën levert. De Nederlandse veehouderij zou niet kunnen bestaan zonder 3,5 miljoen hectare landbouwgrond die we in het buitenland gebruiken. Ter vergelijking: in Nederland gebruiken we 1,85 miljoen hectare waarvan het merendeel voor de melkveehouderij.

Ook in Nederland staat het merendeel (60 procent) van het landbouwareaal in dienst van de veehouderij, te herkennen aan de eindeloze mais- en grasvelden. We zijn ’s wereld tweede grootste importeur van soja uit Zuid-Amerika. Zo’n 80 procent van deze soja uit Zuid-Amerika wordt geproduceerd voor de veehouderij en ongeveer een bijna de helft van álle wereldgranen wordt opgevoerd aan veedieren. Soja voor humane consumptie komt vaak uit Canada en Frankrijk. Aangaande Mari’s stuk over ‘dat kunstmest niet duurzaam is’, dat ligt natuurlijk sterk aan het gebruik: het voer van veel van deze veedieren wordt gekweekt met behulp van kunstmest. Een kilo varkensvlees kost al 5 kilo in veevoer, de rest verandert in poep, warmte en oneetbare delen zoals bloed en huid. Dat maakt vlees (en dus indirect kunstmest) verre van efficiënt of duurzaam: er ligt geen enkel ander voedingsmiddel op ons bord dat inefficiënter is dan ons lapje vlees.

De veehouderij is door het grote landgebruik, ontbossing voor veevoer, broeikasgassen van koeien en mestproblemen en vervuiling van drinkwater een van de grootste veroorzakers van klimaatverandering en milieuproblemen zowel in Nederland als wereldwijd. Goed voor bijna 15 procent van klimaatverandering. Dat is 5 keer zoveel als al het vliegtuigverkeer bij elkaar. En ook is de landbouw verantwoordelijk voor 60 procent van de stikstofuitstoot (grotendeels door mest) terwijl de industrie en verkeer slechts 15 en 9 procent van de stikstofuitstoot veroorzaken. Die stikstof komt dus vooral niet van iedereen maar van een handjevol bedrijven met miljoenen veedieren.

De veehouderij staat in de top 3 van meest vervuilende sectoren ter wereld. Het is niet voor niets dat zowaar alle grote wereldse wetenschappelijke instituten zeggen dat we fors moeten minderen met vlees en andere dierlijke producten. Als ik in een sector zou werken die zo veel vervuiling veroorzaakt en een groeiend leger van moraalridders tegenover zich heeft staan, dan zou ik me nog eens achter mijn oren krabben. De milieubelasting van de veehouderij (niet de gehele agrarische sector dus) wordt dus verre van overdreven. Om over de morele blinde vlekken van dierenwelzijnsproblematiek, stank en gezondheidsrisico’s op het platteland nog maar te zwijgen. Het is tijd dat we de negatieve impact van de van de veehouderij beter gaan begrijpen om onze dagelijkse kost duurzaam, en daarmee toekomstbestendig te maken.

Ernstige problemen bagatelliseren met onjuiste feiten, siert niemand. Als we klimaatverandering bespreken nodigen we ook geen personeel van Shell uit. Als we de vervuilende veehouderij bespreken, laten we dan ook vooral geen personeel uit de veehouderij aan het woord. Informeer uzelf, kijk verder dan uw neus lang is en zie het als een kans voor een betere planeet en een duurzaam wereldvoedselsysteem voor onszelf en ons nazaat.

 

Hanneke van Veghel uit Gemert is landbouwconsultant en auteur van het boek Dieet voor een betere planeet: een boek over planetaire voedselvraagstukken en antwoorden, met tips op huis- tuin en keukenniveau.