We verzieken ons leefmilieu, en daarmee onszelf

We verzieken ons leefmilieu, en daarmee onszelf

 

Nederland is wereldspeler in landbouw en veeteelt maar dat gaat ten koste van ons leefmilieu. En daarover maken artsen zich zeer ernstige zorgen. 

Ignas van Bebber 22-10-19, 07:22 Bron: BD

De huidige dialoog over de stikstofproblematiek is op dit moment verworden tot een emotionele en intimiderende strijd tussen overheden en een gedeelte van de agrarische sector. Wetenschappelijke onderbouwingen over de stikstofuitstoot (RIVM en TNO), het advies van de Gezondheidsraad (2018), de uitspraken door het Europese Hof (2018) en door de Hoge Raad, alsmede het advies van de commissie Remkes, worden gevoeld als een bedreiging van het individuele bestaansrecht van de boer en leiden tot onmachtgevoelens. Door boosheid en emotie komen ongewenste feitelijkheden steeds verder op de achtergrond te staan. Dat staat een goede en duurzame oplossing in de weg.

De huidige fixatie op alleen het stikstofprobleem in relatie tot natuurgebieden doet onvoldoende recht aan de uitgebreide milieu- en gezondheidsproblemen, veroorzaakt door de intensieve veehouderij in totaliteit (dus niet specifiek de individuele veehouder). Naast aantasting van natuur hebben we te maken met ammoniak gerelateerde vorming van fijnstof, nitraatvervuiling, anti­bioticaresistentie, zoönosen (infecties die van dieren op mensen kunnen worden overgedragen, red.), overmatig landgebruik voor het veevoer, een enorm mestoverschot, een enorme financiële schuldenlast bij melkvee- en varkenshouders, een toenemende concurrentie en te weinig inzicht in de werkelijke economische waarde van onze landbouw. Voor ons denkproces is het goed om ook andere constateringen en feiten van de afgelopen jaren te blijven beschouwen. Grootste probleem is een veel te grote veestapel, teveel mest en een te groot landgebruik.

Drinkwaterputten

Stikstof! Nederland mag volgens de Europese nitraatrichtlijn 230 kg per hectare op zandgronden opbrengen (overige landen tot 170 kg). In Brabant constateren we zelfs een niet toegestane overschrijding tot 300 kg. De Nederlandse uitstoot van stikstof per hectare is viermaal zo hoog dan het Europees gemiddelde. Een deel van de stikstofvervuiling komt inderdaad uit het buitenland, maar we exporteren daarentegen 3,5 maal zoveel! Het nitraatgehalte in veel Brabantse regio’s (82 procent) overschrijdt de norm van 50 mg/ml tot zelfs een verdubbeling. Sluiting dan wel aanpassing van drinkwaterputten is het gevolg. Nitraat in grondwater geeft vorming van nitrosamines die kunnen leiden tot darmkanker (er is geen veilige drempelwaarde). In de lucht reageert ammoniak (85 procent uit de landbouw) met stikstof- en zwavelverbindingen uit verkeer en industrie tot secundair fijnstof (PM2.5) dat tot vele honderden kilometers kan uitwaaieren, dus niet alleen naar de nabijgelegen natuurgebieden. PM2.5 geeft toename van COPD, hart- en vaatziekten en longkanker (Wereldgezondheidsorganisatie 2015). In Europa wordt meer dan de helft van vroegtijdige sterfte door luchtverontreiniging beïnvloed door ammoniakuitstoot uit de landbouw (RIVM 2016). Als de huidige ammoniakuitstoot door de veehouderij in dezelfde hoeveelheden zou hebben plaatsgevonden door de chemische industrie, dan zouden we dat met z’n allen toch volstrekt onacceptabel vinden!

Het antibioticagebruik in de veeteelt is sterk afgenomen, chapeau, maar door het grote aantal dieren is de antibioticadruk per oppervlakte-eenheid nog een van de hoogste ter wereld. TNO toonde in 40 jaar oud grondwater nog bestaande antibiotica aan, alsmede resistente bacteriën en resistente genen, veroorzaakt door dierlijke mest. Beregening met dit grondwater zal leiden tot besmetting van gewassen; menselijke besmettingen met ESBL-producerende bacteriën lijkt gecorreleerd met het voorkomen van deze bacteriën in de Nederlandse veestapel. Deze bacteriën zijn een groot risico voor onze volksgezondheid waar het gaat om antibiotica gerelateerde risico’s, zeker bij mensen met een immuunstoornis of bij gebruik van chemotherapie (Gezondheidsraad 2015). Ongeveer 10 tot 15 procent van het aantal humane MRSA-infecties betreft de vee-MRSA (bij veehouders 60 procent). Dit is duidelijk hoger dan in andere Europese landen. Maar vergeet ook niet de ‘eenvoudige’ infecties met Salmonella, Campylobacter en Clostridium.

Q-koorts als zoönose is overduidelijk en toont dat naast de inmiddels 100 dode medeburgers – nog vele honderden na zelfs tien jaar – toenemend ernstig ziek zijn. Hoge concentraties dieraantallen nabij woongebieden geven meer kans op zoönosen.

Ziekmakend

Maar de vele problemen in de veehouderij zijn ook ziekmakend voor een groot deel van de veehouders zelf. Toenemende wetgeving en gekunstelde constructies leiden tot te grote regeldruk, grote investeringen en leningen. Keer op keer. Een miljardenschuld staat uit bij melkvee- en varkenshouders. Ze zitten in een stressvolle spagaat tussen deze schulden en de dwang om tegen steeds lagere kosten te produceren.

Politici, lobbyisten en boeren beroepen zich op een enorme exportwaarde van de landbouw met 90 miljard euro per jaar. De vleesexport bedraagt 6,8 miljard, melk en zuivel zijn goed voor 6 miljard met samen een positief handelsoverschot van 5,1 miljard (Internationaliseringsmonitor Agribusiness). Daarentegen bedraagt de monetaire milieuschade van alle landbouwhuisdieren bijna 5 miljard, nagenoeg net zo hoog als de schade door al het wegverkeer of het zeescheepvaartverkeer. Tel uit je (gezondheids-)winst. Het grondgebruik voor al ons veevoer is ook nog eens anderhalf maal de oppervlakte van Nederland. 70 procent van de dierproducten gaat naar het buitenland maar alle mest met gerelateerde problematiek blijft voor de volle honderd procent in Nederland. En mestfabrieken zijn helaas een dure en tijdelijke oplossing zonder verdienmodel. Wil je de mestproblematiek op provinciaal niveau sluiten, dan betekent dit een krimp van de Brabantse veestapel met 60 procent. De kringlooplandbouw is een nieuw toverwoord maar is geen oplossing bij de huidige veestapel. Veevoer van eigen bodem bedraagt 13,6 miljard kilo; daarnaast wordt jaarlijks 20,6 miljard kilo ingevoerd. Bij echte regionale kringlooplandbouw zal je ruim de helft van de dieren niet kunnen voeden.

De kern van het probleem is nog steeds te veel mest door te veel dieren met ontoelaatbare vervuiling van lucht, bodem, grond- en oppervlaktewater. Wereldspeler willen zijn in landbouw en veeteelt in kwantitatief opzicht maakt ons tevens tot de grootste verliezer in kwaliteit van ons eigen Nederlandse leefmilieu. Prestige ten koste van onze gezondheid. Door nu wederom te focussen op slechts één item, maar wel een belangrijke – de stikstof – dreigen we andere negatieve effecten uit het oog te verliezen.

Boerenzonen

En waarom willen we toch in hemelsnaam doorgaan op deze ingeslagen weg? Nooit meer honger? Onzin. Wij voeden heus de wereld niet met slechts 1 procent van de wereldvleesproductie en 1,5 procent van de wereldmelkproductie. En de toekomst van onze boerenzonen? Een deel zal toch een andere mooie baan moeten zoeken gezien de sinds 20 jaar bestaande continue afname van graasdierbedrijven met 40 procent en hokdierbedrijven met 57 procent.

In het rapport Toekomst voor de Veehouderij van Herman Wijffels uit 2001 wordt al gesproken over duurzaamheid in ecologisch, so­ciaal en economisch perspectief. 18 jaar en bijna 40 adviesrapporten later is er erbarmelijk weinig veranderd. Onverantwoord. Liefst wil ik hier een ander woord voor gebruiken. Hoe kan dat toch? Door een ongezond gebrek aan holistische analyse en visie en het prevaleren van vermeend economisch belang van de intensieve veehouderij. Ook het huidige idee om de lokale stikstofuitstoot naast natuurgebieden te verminderen, is slechts een deeloplossing dat ons ten onrechte tevreden zou stellen. Tot nu toe ontbreken humane en maatschappelijke kernwaarden en kerndoelen in een verantwoorde en duurzame landbouwstrategie.

De blijvende aantasting van ons leefmilieu en gezondheid, het naderende verlies van onze concurrentiepositie in de primaire veeteelt en de slechte verdiensituatie van vele veehouders vraagt om een constructief en adequaat ingrijpen van de overheid bij de bron(-nen). Ankie de Hoon (CDA Brabant): ‘Inkrimping van de veestapel is onbespreekbaar’. Ze spreekt met haar hart. Maar dat is nu juist een van de redenen waarom we al 30 jaar in een besluitloze impasse zijn geraakt zonder doelmatige oplossing. Ik mis te veel de rede en de ratio in de gehele problematiek. Emotie viert nog steeds de boventoon. En mevrouw De Hoon wil dat er geen deadlines worden gesteld en noemt als voorbeeld de beruchte datum van 1 april 2020. Maar die datum is juist uitgesproken in het beleidsplan Koersvast richting 2020: voortvarend in verantwoordelijkheid, nota bene opgesteld in 2013 door de Agroketen zelf, en het beleidsplan Stoppersregeling Actieplan Ammoniak Veehouderij uit 2012. In de daaropvolgende 6 à 7 jaar is de ammoniakuitstoot alleen maar toegenomen.

Dance macabre

Politici, lobbyisten en boeren voeren een vruchteloze danse ­macabre uit. De landbouw heeft een teveel aan complexe en te afhankelijke relaties met andere strategiebepalende partijen. Juist het veelgeprezen poldermodel, doorspekt met lobbyisten, staat een duurzame oplossing in de weg. Centrale sturing lijkt meer dan ooit belangrijk om de doelstelling van een evenwichtige kringlooplandbouw in de ware zin des woords te bereiken. Dat vraagt wel dat politici ontstijgen aan hun eigen partijpolitiek keurslijf. Op dit moment houden we onszelf gevangen in een eeuwig durende vee-cieuze cirkel van ongezonde geïndustrialiseerde productiesystemen die niet meer toekomstbestendig zijn.

Als artsen maken wij ons meer dan ooit ernstig zorgen over ons leefmilieu en de daarbijhorende gezondheidsrisico’s alsmede zorgen over het uitblijven van doortastende maatregelen. Oplossingen moeten gezocht worden bij de bron en niet als een end-of-pipe ­solution. Ook komen steeds minder politici op voor gezins- en familiebedrijven en dreigt een ontwikkeling naar megastallen met steeds minder veehouders. Regionaal grondgebonden veeteelt met een halvering van de veestapel is zeker een optie. Daardoor minder vee, minder megatransport van diervoer, minder mest, minder vervuiling van ons leefmilieu, minder ziektelast voor mens en dier en uiteindelijk minder onkosten.

Ignas van Bebber uit Nuland is lid van Artsenforum Gezondheid, Natuur en Milieu.